de kracht van dingen niet doen

er wordt vaak gepleit om iets extra’s te doen, maar zelden om dingen simpelweg niet te doen. een appel is niet de oplossing voor een slecht eetpatroon en een cursus mindfulness lost de oorzaak van stress op het werk niet op. de activiteiten op zich zijn natuurlijk niet ‘slecht’ maar het zijn grotendeels pleisters.

het idee dat we een magische pil hebben is erg aantrekkelijk en eenvoudig. dan hoeft er structureel niet zoveel te veranderen. daar stappen bedrijven gretig op in, want met iets aanbieden kan je meer geld verdienen dan met iets niet aanbieden.

ondertussen is hr geworden tot een optelsom van juridische verplichtingen. een vak waar het juist om de medewerker zou moeten draaien, draait nu om het inperken van risico’s en het maximaliseren van de resources. de naam human resources geeft daarmee aan hoe er naar mensen gekeken wordt.

om het maximale rendement uit medewerkers te halen doen bedrijven aan als performance management en passen van allerlei methodes toe om de mens nog meer ‘te motiveren’. de manager is inmiddels al tot coach gemaakt en om de oudere medewerker duurzaam inzetbaar te houden plaatsen we hier ook een coach bij.

is het probleem niet juist dat we een stukje van jezelf niet in het werk kwijt kan, je eigen draai eraan kan geven? deze creativiteit geeft zoveel voldoening en die creativiteit verliezen we doordat we steeds meer werk geformaliseerd, geprotocoliseert en gestandaardiseerd hebben. vaak vanuit control perspectief, maar ook simpelweg door het opschalen van productiemethodes.

stel nu dat heel misschien, heel misschien mensen graag vanuit zichzelf het juiste willen doen. dat het fundament waarop het werk gebaseerd is daar te weinig rekening mee heeft gehouden? stel nu dat de instrumentele en industriële kijk op mens en arbeid ervoor heeft gezorgd dat we steeds minder plezier en voldoening uit werk halen? dat de defaultmodus wantrouwen en verantwoording is in plaats van vertrouwen en verantwoordelijkheid? laten we samen de oorzaak aanpakken. het fundament waarop het werk gebouwd is stamt uit de vorige eeuw. het scientific management heeft hier behoorlijk zijn stempel op gedrukt.

gedragseconomen dan ariely, barry schwartz en daniel pink en psychologen, richard ryan en edward deci doen hier al een tijdje onderzoek naar. combineer dit met inzichten vanuit de neuropsychologie en de oplossingen zijn dan doorgaans vrij eenvoudig. zorg dat werk (zolang het nog in de huidige vorm bestaat) veel meer relationele aspecten heeft. zo maken we weer tijd en ruimte die de professional zo hard nodig heeft. weg van het doorgeslagen korte termijn meetbare efficiëntie denken. dat is de kracht van iets niet doen.

stop met het plakken van pleisters en omarm de wetenschap rondom werk, motivatie en vitaliteit. we verklappen het vast: voor een groot deel heeft de zelfdeterminatietheorie hier het antwoord op. zorg voor meer autonomie en voor autonomie ondersteunende structuren.

schakel ons in en pas de werkvierentwintigmethode toe. doe gewoon dingen lekker niet (behalve dat).

mocht je in de situatie komen dat je graag meer professionele ruimte nodig hebt, haal dan wat inspiratie uit onderstaande fragment waarin de politieagent in de film: the other guys zegt ” i am a peacock, you gotta let me fly”