de belofte van ai is enorm. toch blijven de vruchten van deze nieuwe technologie beperkt te zijn. we weten nieuwe technologie, zoals ai nog onvoldoende in te zetten in een hogere productiviteit. de snelheid waarmee we nieuwe technologie überhaupt adopteren is beperkt. het grote probleem met technologie (en dus ook ai) is dat de adoptie ervan altijd even op zich laat wachten
“het werkelijke probleem zit echter in de snelheid waarmee de meerderheid van de mensen technologie adopteert. dat duurt meestal 3 tot 7 jaar, en voor de zogenaamde laggards, die 16 procent van de groep vormen, duurt het vaak nog langer”
(mark vletter).
adoptie van nieuwe technologie
de adoptie van nieuwe technologie, waaronder ai stokt doordat we het verkeerd inzetten. we gebruiken het vaak niet om hetzelfde te doen in minder tijd, maar om meer te doen in dezelfde tijd. daar zit voor het grootste deel de fout in. daarmee maakt ai werk niet lichter, maar werk(dagen) intensiever. geen toegang tot het artikel, bekijk dan deze link.
de onderzoekers geven aan dat dit o.a. komt omdat medewerkers meer gaan doen (taakexpansie) ook voor dingen die ze normaal gesproken niet zelf zouden doen. daarmee vervagen niet alleen werkgrenzen, maar ook dagen. werk is nooit af en je kan altijd nog wat meer doen, tijdens je pauze, na een werkdag, waardoor rustmomenten verdwijnen. dit komt omdat de belofte van ai maakt dat we meer zouden moeten kunnen doen. maar bij dat zouden moeten kunnen lopen we tegen onze cognitieve grenzen aan.
multitasking/taskswitching
dat maakt dat mensen ook meer en meer gaan multitasken, wat eigenlijk hetzelfde is als vaak tussen taken wisselen. als er iets is waar we slecht in zijn dan is het wel multitasking (taskswitching). dit heeft onder andere te maken met wat in de neuropsychologie: aandachtsresidu wordt genoemd. het duurt even voordat we van de ene taak weer volledig in de andere taak zitten. je brein heeft dus even tijd nodig om af en weer om te schakelen naar een nieuwe taak.
de natuurlijke rustmomenten in een dag verdwijnen waardoor we minder toekomen aan intern herstel. hoog intensief werk stapelt zich steeds meer op als laag intensief werk verdwijnt. we krijgen daarmee zoveel informatie op 1 dag te verwerken dat we daar niet mee om kunnen gaan. een quote uit het boek van tim samuels, een britse documentairemaker en auteur van het boek future man is mij bijgebleven. hij benadrukt dat we niet goed om kunnen gaan met deze informatie overload.
“onthoud dat we eigenlijk holbewoners zijn, we zijn pas 10 à 12 duizend jaar geleden gestopt met het leven zoals de flintstones, we leven nog in lichamen die ingesteld zijn als jager-verzamelaars. we moeten die lichamen respecteren, anders zullen we foutmeldingen krijgen en uiteindelijk ineenstorten”
jevons paradox
daarnaast is ai zo makkelijk én zo goedkoop te gebruiken, dat we er meer en meer van gaan gebruiken. dit is ook wel bekend onder de jevons paradox. de jevons paradox stelt dat een hogere efficiëntie van een gebruik van een grondstof niet leidt tot minder gebruik, maar juist tot méér gebruik van de grondstof. e-mail is het het meest bekende voorbeeld. dat heeft ook niet voor minder werkdruk gezorgd.
het klassieke voorbeeld is steenkool: efficiëntere stoommachines verlaagden de kosten per eenheid energie, waardoor de vraag naar steenkool explosief toenam. deze observatie werd in de 19e eeuw door william stanley jevons gedaan. (een deel van) de efficiëntiewinst wordt daarmee teniet gedaan. het is dus vooral de vraag, waar gaat (een deel van) de efficientiewinst naartoe?
denk bijvoorbeeld aan motoren die zuiniger zijn geworden dankzij nieuwe technologie. een volkswagen golf uit 1980 woog 820 kilo, tegenwoordig weegt een golf over de 1200 kg. ze hadden natuurlijk nog zuiniger kunnen zijn als we meer op gewicht hadden bespaard. ondanks het feit dat ze zwaarder, zijn ze ook veiliger en luxer geworden. de (brandstof)efficiëntie is voor een deel daarin gaan zitten. dat is een keuze.
waar gaat de productiviteitswinst naartoe?
die vraag ligt nu bij ai ook voor. waar gaat de productiviteitswinst naartoe? bij ai zien we dat productiviteitswinst, het sneller kunnen schrijven, analyseren en of coderen, de marginale kosten van het werk sterk verlaagt. met het idee dat dat zorgt voor een hogere productiviteit. organisaties willen dan niet hetzelfde doen in minder tijd, maar meer doen in dezelfde tijd. dat zorgt ervoor dat de werkdruk (zowel de werkelijke als de ervaren werkdruk) toeneemt.
de lat gaat simpelweg omhoog. laag intensief werk (laag productief werk) wordt uit de werkdag geknepen. dat waren voorheen juist de momenten waarop je brein rust kreeg. taylor zag dat mensen 42% van de tijd *fysiek belastbaar waren, dat kwam destijds neer op 4 uur en 12 minuten (op een werkdag van 10 uur).
dit is de paradox van jevons in een modern jasje: ai verlaagt niet de vraag naar arbeid, maar verhoogt het. met als grote nadeel dat het de werkdag intensiveert, in plaats van die te verlichten of zoals bij de auto’s luxer en veiliger te maken.
het gevolg is dat we meer en langer achter onze schermen zitten. de mentale belasting toeneemt en we aan het eind van de dag niet meer tijd of energie overhouden, maar juist minder. precies het tegenovergestelde van wat technologie met de auto heeft gedaan.
toevoegen of weghalen?
in plaats van goed te kijken waar we de productiviteit en in het bijzonder tijdswinst naar toe laten vloeien (slaap, sport, mantelzorg, ouderschap) gaan we over het algemeen meer (van hetzelfde) doen zonder dat het onder aan de streep meer oplevert. we blijven dingen toe voegen zonder ons af te vragen of dit ook daadwerkelijk bijdraagt aan een hogere kwaliteit/productiviteit. dat we dit doen is ook te verklaren: uit onderzoek blijkt dat we eerder geneigd zijn dingen toe te voegen dan weg te halen. zeker als het om werkduur gaat (werk is enorm ideologisch geladen).
“additive ideas come to mind quickly and easily, but subtractive ideas require more cognitive effort“.
ons brein is niet ontworpen om dingen weg te laten (halen), maar toe te voegen. dit bleek uit een onderzoek waarbij aan mensen gevraagd werd om een brug (van lego) recht te zetten. veel mensen zijn eerder geneigd een blokje toe te voegen dan een blokje weg te halen. zelfs als we weten dat een lego blokje toevoegen geld kost (en een blokje weghalen gratis is).
“the experimenter said to all participants, “you will earn one dollar if you successfully complete this task. each piece that you add costs ten cents.” participants randomly assigned to the cue condition heard one more instruction from the experimenter: “but removing pieces is free and costs nothing.” in the no-cue group, 41 percent subtracted a block. in the cue group, 61 percent subtracted.”
tijd vrijspelen
productiviteit- en in het bijzonder tijdswinst zit ‘m wat mij betreft dan ook niet in meer dingen toe te voegen, maar dingen weg te laten. daarbij blijkt dat vrije tijd een krachtige motivator is om efficiënter te gaan werken en daarmee spelen we tijd vrij voor andere dingen in ons leven, die ook op tijd van ons vragen: ouderschap, mantelzorg. hier komt uiteraard ook de 4-daagse werkweek cq. 6-urigewerkdag om de hoek zetten: de adoptie van technologie neemt ervan toe. door de beschikbare tijd structureel te begrenzen, wordt efficiëntie afgedwongen en gedwongen om te zetten naar tijdswinst.
daar zit de enorme maatschappelijke winst.
slimme groei
doen we het niet dat zorgt deze weerstand ervoor dat de adoptie achterblijft en de groei van de arbeidsproductiviteit stagneert. dan gaat het vooral over langer en niet slimmer werken. peter hein van mulligen noemde het domme groei versus slimme groei. willen we dat we de waarde van de tijd die we werken verhogen dan is het belangrijk dat we wat doen aan de groei van de arbeidsproductiviteit. ai kan dan worden ingezet om dezelfde waarde te leveren in minder uren (slimme groei).
“het klopt dat de economie groeit als mensen meer uren werken, maar dat heet ‘domme groei’. “als je echt harder wil groeien als economie, moet je productiever worden”, zegt van mulligen. “bedrijven moeten investeren in technologieën om de arbeidsproductiviteit omhoog te krijgen. daarmee verdien je meer geld met hetzelfde aantal uren, dat is ‘slimme groei’.”
in duitsland is er kritiek op de plannen van de cdu om deeltijdwerk te verbieden. terecht vindt deze econoom: het is op zoek gaan naar een zondebok voor productiviteitsgroei die achterblijft. ook jongeren worden vaak bestempeld als lui, maar werken meer dan ooit. we willen het alleen steeds meer gelijkwaardig(er) verdelen. het probleem is niet deeltijdwerken, maar het feit dat de groei van de arbeidsproductiviteit stagneert. we hebben sociale innovatie nodig om technologische innovaties beter te benutten.
drukker dan ooit?
zoals jevons zag dat het efficiënter gebruik van steenkolen niet leidden tot de afname van de vraag naar steenkolen, zal de toename van technologie niet leiden tot een hogere arbeidsproductiviteit (en dus minder vraag naar arbeid). dat wat ons tijd en productiviteit op moet leveren maakt ons drukker dan ooit. de belofte van ai gaat ai dan ook niet (snel) waarmaken als blijven werken zoals we werken.
het feit dat we nieuwe kennis en technologieën minder goed om weten te zetten in een hogere productiviteit wordt de innovatieparadox genoemd. daarom hebben we sociale innovatie nodig om de vruchten van technologische innovatie, zoals ai, te kunnen plukken. minder lang werken helpt ons dan, zodat we productiever en beter inzetbaar kunnen zijn op de momenten dat we wél werken. daarmee zetten we (productivi-)tijdswinst om in gezondheidswinst.
wat betekent dit voor werkgevers?
- meer/langer werken is niet altijd beter: zet niet in op meer uren werkt, maar kijk naar de toegevoegde waarde die men per uur kan creëren. productiviteit is in de oorsprong een op uurbasis gemeten output. een 6-urige werkdag cq. een 4-daagse werkweek laat de productiviteit stijgen (mensen doen hetzelfde of meer in minder tijd). mede dankzij minder verzuim en verhoogde inzetbaarheid.
- grenzen vervagen: spreek geen minimale contractsduur af, maar een maximale: je werkt maximaal 8 uur per dag. houd rekening met individuele behoeftes: sommige houden werk en privé strikt gescheiden (seperators) andere mixen het (integrators). werk daarom in de basis zoveel mogelijk asynchroon en laat mensen zelf bepalen (autonomie & agency) waar, wanneer en hoe(lang) ze werken. daarom ben ik groot fan van timeboxing (werk max. 3 x een voetbalwedstrijd).
- zet de productiviteitswinst die je verwacht te halen met nieuwe technologie om in tijdswinst. de baten moeten minimaal evenredig terechtkomen bij degene die het gebruiken/implementeren. dat helpt het bij de snelheid waarmee nieuwe technologie gebruikt gaat worden.
- meer vrije tijd, gendergelijkheid, duurzame inzetbaarheid: allemaal onderwerpen die direct baat hebben bij het loslaten van een oude ‘ideale’ werkersnorm. na 50 jaar stagnatie van de groei van de arbeidsproductiviteit kan je niet verwachten dat meer van hetzelfde dat op gaat lossen.