Waarschijnlijk heb je mij gehoord of gezien bij de uitzending: dit is de dag op NPO radio 1. Leuk dat je even de tijd neemt om te kijken wie er achter zit. We gingen in gesprek over of deeltijdwerken in Nederland een probleem is. In het kort zitten een paar fundamentele problemen in de manier waarop we werken en hoe onze arbeidsmarkt functioneert:
1: Ongelijke verdeling tussen betaald en onbetaald werk.
Dit wordt ruimschoots behandeld in de uitzending. Vrouwen doen het gros van de onbetaalde werkzaamheden, er wordt voorgesorteerd op de zorgrol. 70% van de mannen werkt 35 uur of meer, tov 30% van de vrouwen. Dat terwijl het gros van de stellen zorgtaken en werk graag gelijkwaardiger wil verdelen, lukt het slechts 1 op de 10 daadwerkelijk. Veel vrouwen haken dan ook niet niet aan, maar af. Dat is het grootste probleem. Zeker in masculiene sectoren, waar het voor vrouwen minder aantrekkelijk is om te (blijven) werken.
Tegelijkertijd zorgt het ervoor dat het voor mannen minder aantrekkelijk is om in feminiene sectoren te gaan werken. Daarnaast is er, dat hebben we helaas niet kunnen spreken, ook sprake van discriminatie. Niet alleen richting vrouwen, maar ook mannen (als ze minder lang gaan/willen werken). Dit onderzoek verklaart de moederschapsstraf. Het hebben van kinderen maakt voor vrouwen dat ze gezien worden als minder flexibel (flexibiliteitsstigma).
Per saldo werken mannen en vrouwen even lang (betaald+onbetaald). Dit resulteert in pensioenkloof en minder onafhankelijkheid. Ik grap soms dat we de man vergeten zijn in emancipatie. De 4-daagse werkweek toont aan dat mannen 20% meer tijd spenderen thuis. Gendergelijkheid zo berekende het IMF zou 35% economische groei opleveren (als vrouwen even lang betaald zouden werken als mannen). Het boek Friday is the new Saturday (Pedro Gomes) is een aanrader.
De focus op meer werken – deeltijd ipv op de fulltimenorm aanpassen is een voorbeeld van survivorship bias. Het is niet zozeer dat vrouwen méér moeten werken, maar de vraag hoe we ervoor kunnen zorgen dat mannen minder lang betaald kunnen werken. Dat speelt tijd vrij. Ook voor vrouwen. De antithese van ‘meer uren werkt‘ = ‘minder uren werkt’. Zeker nu ook de AOW leeftijd stijgt. In mijn geval betekent dat doorwerken tot 70 jaar en 6 maanden. Het belang van duurzame inzetbaarheid wordt nog groter zodat we in alle levensfase vitaal blijven.
2: Het geloof dat langer werken altijd beter is (domme groei versus slimme groei)
De onderzoeken zijn er duidelijk over: mensen kunnen zich tussen de 3 en de 5 uur fysiek en cognitief inspannen. Taylor zag dit in begin 1900 al. Van een werkdag waren mensen er 4 uur en 12 minuten productief. Dat was destijds zwaar fysiek werk. Waar dat tegenwoordig steeds vaker zwaar cognitief belastend werk is, we stapelen steeds meer hoog intensief werk op elkaar (overigens bestaat er ook de fysieke inspanningsparadox, daarover lees je hier meer).
Doordat we steeds meer hoog intensief werk op elkaar stapelen (denk bijvoorbeeld aan het gebruik van AI) missen we interne herstelmomenten. Zo lang blijven werken heeft dan op den duur weinig meer met productiviteit te maken. De 8 urige werkdag is bedacht om in 3 diensten een 24 uursbezetting mogelijk te maken. Uiteraard zijn er beroepen waar bezetting noodzakelijk is. Dat maakt de discussie over werk altijd lastig. Er is geen one size fits all. Denk bijvoorbeeld aan de zorg, waar het in de uitzending over gesproken wordt. Er wordt vaak te eendimensionaal (alleen via tijd) gekeken naar productiviteit. Hier schreef ik voor Businesswise dit artikel over.
Zo blijkt uit een proef in Zweden met een 6-urige werkdag en in IJsland dat een 4-daagse werkweek voor zorgprofessionals heel goed werkt.
De journalist gaf natuurlijk aan dat 4 uur werken van 9 uur dienst niet zomaar kan. Natuurlijk klopt dat. Ik bepleit natuurlijk ook geen 4-urige werkdag in de zorg. Het probleem is dat we vaak alleen kijken over de as van tijd naar productiviteit, maar we kijken niet naar andere dingen die de arbeidsproductiviteit verlagen (of kunnen verhogen).
“Het klopt dat de economie groeit als mensen meer uren werken, maar dat heet ‘domme groei’. “Als je echt harder wil groeien als economie, moet je productiever worden”, zegt Van Mulligen. “Bedrijven moeten investeren in technologieën om de arbeidsproductiviteit omhoog te krijgen. Daarmee verdien je meer geld met hetzelfde aantal uren, dat is ‘slimme groei’.”
Hier helpt de 4-daagse werkweek bij: de adoptie van nieuwe technologie. Lees hier het ontstaan van de ‘gemiddeld’ kortere werkweek in Nederland – o.a. door het akkoord van Wassenaar (1982).
3: Veel mensen willen meer autonomie en flexibiliteit.
Tijd zelf is een maatstaf die we overgehouden hebben van het scientific management. Zo werd er verondersteld dat werk meetbaar en controleerbaar is, dat intrinsieke motivatie afwezig was en dat wantrouwen de norm was. Hierbij werd klokken (tijd) gebruikt om mensen te controleren, maar ook te motiveren: elk gewerkt uur levert meer salaris op, wat je in dat uur doet is een 2e. Bij veel beroepen vandaag de dag is dit niet meer het geval (geen bezetting noodzakelijk) en hebben we afscheid genomen van de fysieke prikklok, maar klokken we nog wel onzichtbaar. Fundamenteel is er daarmee weinig veranderd.
Tijd als controlemiddel is dan op z’n zachts gezegd: achterhaald en werkt het zelfs demotiverend. Autonomie: the desire to be self direct is een universele behoefte. Alleen flexibiliteit kan leiden tot surrogaat autonomie. Omdat het de autonomie van mensen beperkt en zelfs tot schuldgevoelens kan leiden als je niet ‘je uren maakt’. Werk laat zich niet (altijd) meer vangen in tijd en we hebben juist meer ontspanning nodig. Voeg daar de groep mensen aan toe die te maken krijgt met bore-out klachten (zowel kwantitatief, als kwalitatief van aard).
Uit onderzoek van de Universiteit van Melbourne blijkt het omslagpunt op ’25 uur’ te zitten. “when working hours exceed 25 hours per week, an increase in working hours has a negative impact on cognition”.
Ik spreek zelf dan ook liever over focusblokken. Door middel van timeboxing: 6 blokken van 45 minuten. Dat klinkt weinig, maar uit diverse onderzoeken blijkt dat mensen zich rond de 3 uur kunnen concentreren. Dat er veel tijd verloren gaat in afleiding, taskswitching en zinloze werkzaamheden (zoals vergaderingen). Afgeleid worden gaat gepaard met hogere gevoelens van stress, hogere gevoelsmatige werkdruk en tijdsdruk.
Hierdoor is er gedurende de dag meer (intern)herstel en helpt met het in balans houden van glutamaat (gaspedaal)/gaba (rem). Vanuit de neuropsychologie is dit dus heel goed te verklaren (hoe we vandaag de dag werken is compleet gestoord, aldus neurowetenschapper: Joseph Jebbeli. Juist als je je ontspant wordt je DMN actief (default mode network) en dat is de plek waar je creativiteit en probleem oplossend vermogen geactiveerd wordt.
Een 4-daagse werkweek zorgt op haar beurt voor meer extern herstel, of zoals onderzoekers het typeren: distributive rest & restorative leisure. Dit blijkt ook uit de pilots, zo slapen mensen op weekbasis 38 minuten meer, daalt het aantal niet sporters met 50% en neemt het aantal stappen dat we zetten significant toe (dit is gemeente in de Duitse pilot door de Universiteit van Munster). Zoals ook de universiteit van Oxford stelt: we hebben collectie actie nodig itt individuele interventies. Dit sluit aan bij het rapport van de RVS over de hypernerveuze samenleving om collectieve actie te ondernemen.
Kortom: alhoewel het verleidelijk is te denken dat het onrealistisch is, dat je nooit ’24 uur’ kan werken is het belangrijk om breder te kijken dan werktijd alleen. Er valt nog zo veel meer te vertellen over mens, werk & inkomen dat dat lastig in 15 minuten radio-uitzending te doen is.
Mocht je er meer over willen weten, neem dan gerust contact met mij op. Of beluister eens één van de podcasts waar ik in te gast ben.
Liefs.
Louis