langs een meetlat…

school

onlangs kwam ik een oud teamgenootje tegen. wat heb ik altijd met hem gelachen. we waren een jaar of 10-14 toen we samen voetbalde. tegenwoordig is hij werkzaam in het onderwijs. hij vroeg hoe het met mij ging en waar ik tegenwoordig woonde. ik vroeg daarna hoe het met hem was en hoe hij afgelopen jaar ervaren had. als docent op een basisschool was het ook best een omschakeling. hij vertelde dat ze besloten hadden dat de gelden die de school nu krijgt vanuit de overheid besteed worden om de klassen kleiner te maken. er zaten nu 27 leerlingen in zijn klas en volgend jaar worden dat er 20. dat was volgens hem beter behapbaar. bij 27 leerlingen is er altijd wel een leerling die je even minder in het zicht hebt terwijl dat misschien wel zou moeten.

meetlat

het jaar zit er bijna op, de klas hield hij na dit turbulente jaar ook wat minder ‘strak’ dan normaal. hij zei: nog even de cito en dan zit het er weer op. waarop ik vroeg: geef je les aan de bovenbouw dan? nee zegt ie: cito’s doen we voor alle klassen. waarom ik zei: whaaaaattt? leggen we de kinderen dan al langs een meetlat? vol ongeloof (ik ben geen voorstander van toetsen en zeker niet om kinderen te bestempelen met een ‘niveau’.) ja zegt ie: we pinnen de kinderen er niet op vast, het is een momentopname, maar soms kan een kind je zowel positief als negatief verbazen bij zo’n toets (ook al is het een momentopname), voor de docenten is dat ook wel fijn.

aandacht

ik begreep hem wel, maar snapte het niet. het feit dat de klassen zo groot waren was 1 van de redenen dat er wel eens een kind niet de aandacht kreeg die het eigenlijk nodig had. de oplossing was dan ook niet toetsen, maar kleinere klassen. ook dan is er geen garantie dat er niemand onder je aandacht uitgeglipt, maar een foutloos systeem maken is een illusie. dat het voor de docenten fijn is om een vorm van ‘control’ te hebben begrijp ik ook, maar snap het niet. we leiden de docenten op en dat is echt wat langer dan de 6 of 12 weken die we nodig hebben om een rijbewijs te halen. vervolgens zijn het professionals die al doende nog meer leren over hun vakgebied, hoe het met de kinderen gaat en hoe de ontwikkeling is. deze loopt zelden lineair en kan (en mag je in mijn ogen) ook nooit vergelijken met een ander kind. het feit dat er aangegeven wordt hoe je ‘scoort’ t.o.v. de groep is dan ook een vreemde gewaarwording voor mij.

professional

over pedagogiek kan ik dan ook weinig zeggen en ik ben er 100% van overtuigd dat mijn oude teamgenoot een fantastische docent is. waar ik wel wat over kan zeggen is over motivatie & management control. daar ben ik op afgestudeerd. oorspronkelijk wilde ik voor mijn scriptie het effect van prestatiemetingen op de motivatie van leerlingen onderzoeken. ik ben uiteindelijk (na heel wat pogingen) bij de politie uitgekomen. prestatiemetingen zijn een onderdeel van management control. de ouderwetse variant was een top down benadering waarin het management de medewerker in de juiste richting wilde kunnen sturen, dat was een vrij instrumentele aanpak. tegenwoordig verliest deze richting aan populariteit. zo ben ik ook tegen prestatiemetingen & targets omdat ze doorgaans niet intrinsieke motivatie voeden maar extrinsieke motivatie ook al heeft het wel de potentie om ook intrinsieke motivatie te versterken.

fabrieksmindset

het gaat bij veel toetsen dan niet meer om de wil om te leren maar om het cijfer. nog even los van de stempel die je iemand opdrukt omdat sommige nu eenmaal op andere vlakken talent hebben. er ontstaat onbewust ook een selffulfilling prophecy. een blinde blek in het toetssysteem. zelf heb ik ‘het systeem’ redelijk tevreden kunnen houden. ik deed mijn opleidingen (gezakt voor VWO en daarna volwassen onderwijs alsnog mijn VWO gehaald). uiteindelijk studeerde ik af aan een universiteit en ging werken bij een gemeente. na 5 ongelukkige maanden kwam ik erachter dat het heel vreemd is dat we dingen doen zoals we het doen. niet alleen bij volwassenen op (of aan) het werk, maar ook bij kinderen. bizar!

dat heeft alles te maken met de fabrieksmindset op wens, werk & inkomen. daar is ons schoolsysteem ook onderdeel van. het scientific management ging uit van het meetbaar maken van werk, rond die tijd zijn ook de gestandaardiseerde testen zijn ontwikkeld ten tijde van de 1ste wereldoorlog. de standaardtesten die we nu doen zoals de cito waren bedoeld om de de sociale ‘mobiliteit’ te verhogen (lees het artikel in de hyperlink). dat doet het maar beperkt en je kan je afvragen of zulke testen nog wel van deze tijd zijn.

The Army Alpha and Beta Tests, developed during World War I to sort soldiers by their mental abilities, became a model for the schools. Testing promised a way to identify kids who might go on to great things while avoiding wasting resources on “slow children.”

prestatiemeting is niet altijd slecht!

ik zal niet ontkennen dat ik af en toe ook een hardloopwedstrijd loop en de tijd leuk vind. het geeft een gevoel van vooruitgang (of soms juist niet), maar mijn toekomst hangt er niet van af. ik hoop dan ook van harte dat we kinderen de aandacht geven die ze nodig hebben. aandacht zowel van ouder als docent is een gigantische motivator. het zorgt voor de basis psychologische behoefte die intrinsieke motivatie voedt: betrokkenheid. 2/3e van de ontwikkeling van een kind heeft te maken met factoren buiten het onderwijs om. daarom ben ik ook voor een basisinkomen, het waardeert onbetaalde activiteiten zoals ouderschap, zorgt voor rust en stabiliteit thuis, waardoor de relaties beter zijn en de kinderen met meer rust opgroeien. laten we vervolgens de docenten hun vak teruggeven (professionele ruimte, autonomie is key) en dat we het probleem oplossen (te grote klassen) i.p.v. het gevolg bestrijden met nog meer toetsen (ik wil ook niet weten wat deze toetsen kosten).

ps: ik heb nog geen kinderen, maar vroeg mij wel af hoe ik als ouder zou reageren op het feit dat mijn kinderen tegen die tijd langs een meetlat gelegd zouden worden. waar zoals je kan lezen ik zelf mijn twijfels bij heb. ik hoop dat we tegen die tijd tot het inzicht komen dat het meer kwaad dan goed doet.